Author Archives: Nick Schoenmaker

  • 0

NEN2580 meetcertificaat grijs gebied uitgelicht: Meterkasten

NEN2580 meetcertificaat grijs gebied uitgelicht: Meterkasten

In de praktijk van het inmeten van vastgoed conform NEN2580 komen de opdrachtgevers van NiCaD Ingenieursbureau regelmatig met vragen rond de grijze gebieden in de NEN2580.

In dit blog zullen we dieper ingaan op een veel voorkomend discussie punt. Meterkasten.

 

Zijn de

Tabel 1: Wel of niet meerekenen?

Tabel 1: Wel of niet meerekenen?

meterkasten wel

of niet verhuurbaar?

De meterkast functie en regels conform de NEN2580 zijn voor het grootste gedeelte gelijk per gebouwfunctie. Toch zijn er een aantal grijze gebieden welke we graag toelichten.

Woningen

Zoals u in het overzicht hiernaast kunt zien wordt de meterkast enkel bij het VVO uitgesloten. Echter is er een situatie welke regelmatig voorkomt bij woningen die twijfel brengt bij makers en gebruikers van meetrapporten.

Wanneer een meterkast buiten de woning gesitueerd is en niet toegankelijk is van binnenuit de woning, wordt deze niet in het GO meegenomen.

Deze regel geldt ook voor het GO van niet-zelfstandige woningen.

Kantoren

halve meter kast

Afbeelding 1: schematische weergave halve meter zone

In de meeste gevallen zal voor kantoren het VVO worden bepaald en is er sprake van een duidelijke meterkast situatie. Bijvoorbeeld in kelders komt het wel een voor dat de hoofdaansluitingen niet zijn voorzien van een scheidingsconstructie om de aansluiting heen.

In deze gevallen is het gebruikelijk om een halve meter om de aansluiting heen aan te merken als installatie ruimte. De onderbouwing van deze “methode” is als volgt:

“Je hebt ruimte nodig om de installatie te kunnen bedienen.”

Echter wordt deze situatie niet beschreven in de NEN2580. Wij van NiCaD vinden de halve meter “methode” prettig om mee te werken, daar het inzichtelijkheid geeft over de aanwezigheid van de hoofdaansluitingen.

Winkels

Door makers van de NEN2580 meetrapporten worden er nog wel eens verschillende opmerkingen gemaakt over meterkasten in winkels.

Met name het onderscheid in hoofdaansluiting en onderverdeelinrichting bij meerdere winkels.

De letterlijke tekst uit de NEN2580 is als volgt:

Tot het VVO wordt niet meegerekend:

  • Een ruimte die dient voor het onderbrengen of bedienen van gebouwinstallaties.(1)

Vervolgend kijken we wat er exact onder gebouwinstallaties valt:

  • de installatie is vast verbonden met het gebouw.
  • het tot stand brengen van de installatie is nauw verweven met de bouwkundige werkzaamheden.
  • de installatie is overwegend gericht op het scheppen van de juiste omstandigheden voor het verblijven of werken in het gebouw.
  • de installatie is niet gericht op het produceren van goederen en/of diensten door het bedrijf.(1)

Hier wordt geen enkel onderscheid gemaakt in een hoofd- of onderverdeel- aansluiting. Beide gevallen zijn aan te merken als gebouwinstallatie. In beide gevallen is de meterkast geen onderdeel van het VVO en dus niet verhuurbaar.

Bedrijfshallen

De bedrijfshallen zijn, net als de kantoren, vaak voorzien van een scheidingsconstructie. Mocht dit niet het geval zijn, raden wij aan om de halve meter methode toe te passen zoals deze is omschreven onder het kopje “kantoren”.

 

Met deze blog willen we graag eenduidigheid creëren onder de makers en gebruikers van NEN2580.

Wij zijn benieuwd naar uw mening!

 

 

Blogartikelen zijn auteursrechtelijk beschermd en mogen niet zomaar geheel of gedeeltelijk gekopieerd worden, tenzij je schriftelijke toestemming hebt van NiCaD.

Bronnen:

  1. NEN2580 (nl) Oppervlakten en inhouden van gebouwen. ICS 01.040.91; 91.040.01 mei 2007.

 


  • 0

NEN1414 Ontruimingsplattegronden: 1. Symboolweergave

Op een goede ontruimingsplattegrond is snel en eenvoudig de vluchtroute te zien. Daarnaast zijn ook de veiligheidsvoorzieningen hierop duidelijk weergegeven.

We zien in de praktijk diverse opvattingen over het weergeven van vluchtroutes en symbolen. Sterker nog, we zien in de praktijk dat ontruimingsplattegronden nauwelijks eenduidig zijn en veel van elkaar verschillen.

In dit eerste deel van het blog NEN1414ontruimingsplattegronden zullen we dieper ingaan op de correcte weergave van symbolen op een ontruimingsplattegrond.

Want wat is nu de juiste manier?

 

Werkelijke situatie

werkelijk

De werkelijke situatie

Een veel gebruikte methode is het toepassen van de symbolen zoals deze in de werkelijke situatie binnen het pand aanwezig zijn. De tekening heeft hierdoor symbolen dieniet in de leesrichting staan. Het resultaat is dat de symbolen gedraaid in de tekening verschijnen welke de leesbaarheid niet altijd ten goede komt. Symbolen kunnen zelfs ondersteboven op de ontruimingsplattegrond weergegeven worden. Ook komen we hier nog een probleem tegen. Veel bordjes zijn tegenwoordig aan beide kanten voorzien van een symbool, dat houdt in wanneer men in het voorbeeld van rechts komt de pijl naar links wijst en andersom. Om deze onduidelijkheden te vermijden geeft NiCaD de voorkeur aan het weergeven in de leesrichting.

 

boordjes voorbeeld 2

In de leesrichting

In de leesrichting

Om een ontruimingsplattegrond leesbaar te maken voor mensen die geen tekening kunnen lezen is het overzichtelijker de symbolen te draaien naar de leesrichting.

Hierdoor is het duidelijk dat er op de plek een vluchtwegbordje hangt en geeft het tegelijkertijd de richting aan waarnaar men kan vluchten zodat er geen situaties ontstaan dat de richting tegenstrijdig is met de vluchtroute. Maar wat is nu juist volgens de NEN1414

 

Welke is nu juist?

Er zijn meerdere wetten, regels en normen die toegepast kunnen worden bij het opstellen van ontruimingsplattegronden en het gebruik van kleurstijlen vansymbolen. Met zoveel regels verwacht men dat de leesbaarheid/draairichting van de symbolen ergens vastgelegd zou zijn. Dit is echter niet het geval.

Het enige antwoord wat we bij het NEN-instituut hebben kunnen achterhalen: Beide zijn juist. De onderbouwing van NEN is als volgt: “De persoon die de ontruimingsplattegronden vervaardigd dient dit op gevoel te doen.”

Dit antwoord verbaasde ons enigszins doordat hiermee het opstellen van een goed leesbare ontruimingsplattegrond volledig vrij staat aan de interpretatie van de persoon die deze vervaardigd.

NiCaD kiest ervoor om de leesbaarheid, en daarmee de veiligheid, voorop te stellen en plaatst de symbolen in de leesrichting van de tekening. Wij vinden het belangrijk dat de plattegrond voor zich spreekt. Of dit nu een eenmalige bezoeker van een pand betreft of de gebruiker van het pand zelf.

 

Door middel van dit blog willen we graag eenduidigheid creëren onder de makers en gebruikers van NEN1414ontruimingsplattegronden.

 

Wij zijn benieuwt naar uw mening!

 

In het volgende deel van het blog NEN1414: ontruimingsplattegronden.

  1. Onduidelijkheden omtrent vluchtrouteweergave

 

Blogartikelen zijn auteursrechtelijk beschermd en mogen niet zomaar geheel of gedeeltelijk gekopieerd worden, tenzij schriftelijke toestemming van NiCaD ingenieursbureau.

 

Bronnen:

  1. NEN1414:Symbolen voor veiligheidsvoorzieningen op ontruimings- en aanvalsplattegronden

 


  • 0

NEN2580 meetcertificaat grijs gebied uitgelicht: Trappen in winkelruimtes

In de praktijk van het inmeten van vastgoed conform NEN2580 komen de opdrachtgevers van NiCaD Ingenieursbureau regelmatig met vragen rond de grijze gebieden in de NEN2580. In dit blog zullen we dieper ingaan op een veel voorkomend discussie punt. Trappen in winkelruimtes.

Trap in de verkoopruimte

Trap in de verkoopruimte

De trap wel of niet in de verkoopruimte?

De vraag die wij regelmatig krijgen is de volgende: Mijn trap staat in het magazijn, dat is geen verkoopruimte, dus niet verhuurbaar, toch?” Als we dieper op deze vraag ingaan is niet de vraag of de trap verhuurbaar is of niet, maar wat de definitie is van de term verkoopruimte? In de NEN2580 wordt gesteld dat:  “trappen en trapgaten binnen de verkoopruimte van zelfstandige winkels worden meegenomen als zijnde verhuurbaar vloeroppervlak (VVO).” (1)

Wat is verkoopruimte?

Er zijn meerdere gedachtegangen mogelijk, maar we kunnen deze opdelen in twee algemene standpunten.  

1. De definitie van de term verkoopruimte is gelijk aan de term winkelruimte.

Het grootste voordeel van deze stelling is dat het verhuurbaar vloeroppervlak (VVO) niet zal wijzigen bij een indelingswijziging van de winkelunit. Er van uitgaande dat elke verhuurbare ruimte binnen het winkelpand onder winkelruimte wordt verstaan. Voorbeeld: Wanneer een wand tussen het magazijn en de verkoopruimte wordt weggehaald, terwijl de trap in het magazijn staat, zou deze trap nu ineens in de verkoopruimte staan. De consequentie hiervan is dat de trap van niet verhuurbaar naar verhuurbaar vloeroppervlak verschuift. Dit zou de huurder theoretisch invloed op zijn te huren vierkante meters geven. Door handig de winkelunit in te delen zou de huurder veel meters als niet verhuurbaar kunnen laten aanmerken. Door de stelling hierboven te gebruiken zal de trap altijd als verhuurbaar worden meegenomen. De huurder heeft geen invloed meer op de te bepalen vierkante meters. Het zou Nederland niet zijn als we geen uitzonderingen hadden op de vele regels. Wanneer de trap als afgesloten trappenhuis is gesitueerd (vluchttrappenhuis) is deze niet verhuurbaar. Je kunt dit zien als gebouw gebonden voorzieningen. Enkele “con-collega’s” stellen wel eens: “een verandering in de indeling van een winkelunit zou het VVO nooit mogen beïnvloeden.” Dit zou dus aansluiten bij de eerstgenoemde definitie.

2. De definitie van verkoopruimte beperkt zich tot de daadwerkelijke ruimte van de winkel waar goederen te koop worden aangeboden.

Vanuit de NEN2580 wordt gesteld: “Voor winkels wordt de VVO ook berekend zoals in de norm is beschreven.” (1) Uitgaande van deze regel, wordt de indeling dus bepaald volgens de standaard VVO regels, waar een trap verticaal verkeer is wanneer deze niet in de verkoopruimte staat.(dus geen VVO). Maar daar is de term “verkoopruimte” weer, hier zou men kunnen denken aan het winkelverkoopvloeroppervlakte (WVO). Het begrip WVO wordt een keer genoemd in de NEN2580, maar er wordt hier niet verder op ingegaan, ook wordt er geen verdere toelichting gegeven op wat er wel en niet bij het WVO behoort.

Grijs gebied

Als men op het internet op de term “verkoopruimte” zoekt kom je veel teksten tegen welke “buiten de verkoopruimte” gebruiken in de context: buiten de winkel. Zo ook in het Burgerlijke Wetboek. Doordat de term “verkoopruimte” nergens is omschreven blijft het een grijs gebied.

Met deze blog willen we graag eenduidigheid creëren onder de makers en gebruikers van NEN2580 meetcertificaten.

Wij zijn benieuwt naar uw mening!     Blogartikelen zijn auteursrechtelijk beschermd en mogen niet zomaar geheel of gedeeltelijk gekopieerd worden, tenzij je schriftelijke toestemming hebt van NiCaD. Bronnen:

  1. NEN2580 (nl) Oppervlakten en inhouden van gebouwen. ICS 01.040.91; 91.040.01 mei 2007.

Vraag direct aan:

NEN2580 - oppervlaktebepaling
NEN1414 - ontruimingsplattegrond
Basis tekenwerk - CAD
3D impressies -visualisaties